Kitchenette
Het is heel zomers geweest de laatste dagen en de lange avonden zijn mij lief.
Vandaag echter kwam er aardig wat regen uit de hemel, op sommige plekken spatte het water hoog op als je met de buurtbus er door heen reed.
Vandaag echter kwam er aardig wat regen uit de hemel, op sommige plekken spatte het water hoog op als je met de buurtbus er door heen reed.
In de cabine rook je de vochtigheid, hij hing een beetje zwaar in de lucht.
De mensen hadden allemaal een paraplu bij zich, dat kon ook niet anders, want de meeste bushaltes hebben geen overkapping
De mensen hadden allemaal een paraplu bij zich, dat kon ook niet anders, want de meeste bushaltes hebben geen overkapping
en dan zou je doornat zijn geweest. Ik denk dat het vandaag drukker was door de nattigheid.
Nou zou ik helemaal geen eigenaardige dag hebben gehad als er niet iets geks gebeurde.
Ik was in Baarn, en zoals gewoonlijk was ik iets te vroeg. Dat komt omdat de route over een brug gaat. Die brug kan openstaan
en dan verlies je een aantal minuten. Die minuten zijn dus ingecalculeerd in het rittenschema, vandaar dat je eerder arriveert
als de brug niet opengaat.
Ik sta te wachten op de Drie Eiken totdat de copilot zegt dat ik weer verder kan.
Dan tikt er een meisje op het raam.
Ze heeft geen paraplu en verder alleen een t-shirt aan. Dus ze is al behoorlijk nat geregend. Ach arme!
Ik doe de deur open en wil haar binnen laten.
Ze heeft geen paraplu en verder alleen een t-shirt aan. Dus ze is al behoorlijk nat geregend. Ach arme!
Ik doe de deur open en wil haar binnen laten.
‘Can you take my kitchenette in the bus?’ vraagt ze beleefd.
‘Pardon?’
Ik kijk, maar zie niks, wat bedoelt ze eigenlijk?
Dan wijst ze naar achteren en daar staat een soort stellingkast, twee meter hoog en ongeveer één meter breed.
Ik krab eens achter mijn oren, zie geen heil in deze verhuisklus en zeg ‘very unlikely’ en ze ziet dat ik twijfel.
‘Can you open the backdoor?’
Ik heb die klep nog nooit geopend en daar heb ik nu geen zin in.
Toch maar even beter kijken wat ze bij zich heeft. Het lijkt demontabel en ik vraag haar of het op een of andere manier
in te klappen is. Dat lijkt zo te zijn. Maar dan zijn er nog twee grote stukken.
Als ik dan bijna nee wil zeggen zie ik dat ze erg teleurgesteld is en dan denk ik ‘what the heck’ en samen proberen
we de grote stukken in de bus te krijgen door de voordeur.
Dat lukt!
Zonder iets te beschadigen, daar let ik goed op.
Er kan geen mens meer bij maar ik gok er op dat er geen passagiers meer komen tussen hier en station Baarn en
we steken weer van wal – vier minuten over schema, dat dan weer wel.
Het gaat prima en we halen zonder problemen station Baarn, waar we de winkel weer helemaal uitpakken.
Dan staat er een meneer die mee moet naar Soest, haast heeft, want hij moet de aansluiting halen.
O jee denk ik, nu gaat het toch nog fout!
Het meisje wil me uitgebreid bedanken, maar ik moet verder.
Ik zie dat ze glimlacht en ik ben blij dat ik heb geholpen.
Even later : gelukkig ! De meneer komt op tijd bij zijn bus 47S in Soest!
Even verderop neem ik een kop koffie op de rustplaats.
Hè, hè!
Douwe Kamstra.